Zomerserie op Zorgvastgoed.nl: De Toekomst van de Ouderenzorg
De Nederlandse ouderenzorg bevindt zich op een historisch kruispunt. Het huidige, institutionele model is definitief aan het einde van zijn levensduur. Waar decennialang de zorginstelling het aanbod bepaalde met generieke woonruimtes gericht op 24/7 zorgtoezicht, sluit dit allerminst meer aan bij de behoeften van de moderne oudere. Het onvermijdelijke gevolg is leegstand in traditionele verpleeghuizen, terwijl de vraag naar een veilige, gezellige en zelfstandige woonomgeving voor de oude dag juist enorm groeit.
Om deze vastgelopen situatie vlot te trekken, is een fundamentele verschuiving nodig: de regie moet weg uit de gefragmenteerde wereld van de langdurige zorg en worden opgelost op de woningmarkt.
Bas Laan (Rabobank) en Gérard Thaens (TUIM) hebben deze zomer op Zorgvastgoed.nl een driedelige artikelreeks gepubliceerd. Zij nemen u mee in hun visie om de ouderenzorg te transformeren van een verouderd zorgmodel naar toekomstbestendig wonen.
DE NOODZAAK VAN VERANDERING: DE VRAAG REGEERT, DE STENEN REMMEN
DE SYSTEEM-RESET: VAN HANDELINGEN NAAR MAATSCHAPPELIJKE WAARDE
Samenvatting van de zomereditie 2026
Ouderen willen vooral wonen, maar krijgen langdurige zorg
Sinds de invoering van ‘scheiden wonen en zorg’ in 2013 zijn er volop nieuwe kansen ontstaan in onze ouderenzorg en is de diversiteit aan aanbod van woonzorgvoorzieningen enorm toegenomen. Ondernemende partijen investeren in kleinschalige woonzorgvormen en appartementen met (zorg)services. Toch wordt het aanbod nog altijd bepaald door de verouderde doctrines waarin zorg, 24/7 toezicht en bekostiging dominant zijn. Daarmee loopt het aanbod aan passende woonruimte nog steeds achter op de vraag. Een vraag die steeds meer wordt gedomineerd door ouderen die vermogender, vitaler en mondiger zijn dan de generaties waarvoor de ouderenzorg ooit ontworpen is.
Het gevolg van deze mismatch is leegstand in verpleeghuizen. Deze gebouwen worden wonderlijk genoeg nog steeds met veel subsidies in stand gehouden. Ouderen blijven tegelijkertijd langer in hun (eengezins)woning. Niet zozeer uit voorkeur, maar door gebrek aan passende alternatieven. Dit beperkt niet alleen hun eigen woongeluk, maar ook de doorstroom dynamiek op de woningmarkt. Het is hoog tijd dat beleidsmakers zorgen dat er meer ruimte komt voor burgerinitiatieven en partijen die investeren in aanbod van diensten en woonruimte dat beter aansluit bij de vraag. Daarmee komt ook de doorstroming op gang waar al zo lang over wordt gesproken.
De ouderenzorg selecteert: aanpassen of verdwijnen
Door de nieuwe vraag, bevindt de ouderenzorg zich in een fase van Darwiniaanse selectie. Zorginstellingen die blijven vasthouden aan de status quo, worden onherroepelijk ingehaald. Wij zien drie duidelijk te onderscheiden groepen in deze transitie ontstaan..
De ‘koplopers’ stellen wonen met service centraal. Zorg is daarbij niet langer een vertrekpunt, maar een flexibele aanvulling wanneer dat nodig is. Bewoners hoeven niet te verhuizen als hun zorgvraag toeneemt en blijven onderdeel van dezelfde leefomgeving. Woongemak en communityvorming zijn leidend in plaats van de zorgindicatie, terwijl technologie slim wordt ingezet om zorgpersoneel te ontlasten. Zo ontstaat een woonomgeving waarin mensen langer blijven, elkaar ondersteunen en de formele zorgvraag afneemt. Deze groep concurreert minder met het klassieke verpleeghuis en meer met de reguliere woningmarkt.
De ‘middenmoters’ zijn de grootste groep en herkennen de veranderende vraag, maar opereren nog vanuit de verouderde doctrines. Veranderen vraagt om het loslaten van de zorg als organisatorisch leidend principe. Dat betekent afstoten van incourant vastgoed dat gericht is op zorg in plaats van op wonen, en heroriëntatie op het zorgportfolio op basis van onderscheidend vermogen in de regio. Deze groep domineert nu nog de lokale markt en beperkt de ruimte voor nieuwe toetreders. Om relevant te blijven zal deze groep moeten kiezen tussen investeren in verandering of voorsorteren op sluiten.
De ‘hekkensluiters’ blijven vasthouden aan de bestaande gesubsidieerde intramurale capaciteit. Zij raken steeds verder uit de pas met de werkelijke vraag en belanden in een vicieuze cirkel: leegstand neemt toe, kasstromen komen onder druk en de investeringsruimte verdwijnt. Voor deze groep zien wij geen toekomst. Het blijven alloceren van schaarse publieke middelen aan deze zorginstellingen verlengt de levensduur zonder dat het bijdraagt aan de vraag.
Regie bij de oudere, ruimte voor de professional
Dit alles vraagt om een schoonmaak in de Haagse regelgeving. Iets waar de beslissers in dit land liever ver van weg blijven. Door de ouderenzorg weg te halen uit de Wlz en de Wmo en te herdefiniëren binnen de Zvw, ontstaat ruimte voor eenvoud en effectiviteit. In plaats van een gefragmenteerd systeem introduceren we één overzichtelijk, verzekerbaar zorgbudget dat de zorgvrager volgt. Hiermee leggen we de regie terug bij de oudere waar dat kan, en organiseren we de financiering effectief waar dat moet. Denk aan een effectievere spreiding van gezondheidscentra met behandelaars en specialisten ouderengeneeskunde ter ondersteuning van alle burger- en wooninitiatieven voor de ouderen in het land. Aanbieders van wonen met zorg en behandelaars in de wijk krijgen hierdoor meer professionele ruimte om het budget flexibel en over de oude schotten heen in te zetten. Zodra de uitkomst op orde is, neemt de noodzaak tot gedetailleerde verantwoording op minuten af voor huishoudelijke ondersteuning en dagelijkse verzorging. Dit geeft de dienstverlener meer vrijheid om te focussen op het totale woongeluk en maakt het de weg vrij voor flexibele abonnementen op wonen, service en 'stand-by' zorg.
De overheid bewaakt de beschikbaarheid en de kwaliteit van de leefomgeving, en de zorgverzekeraar bewaakt de betaalbaarheid van noodzakelijke zorg. Door deze veranderende doctrine ontstaat er ook ruimte voor één krachtig controleorgaan dat toezicht houdt op de zorgverleners en de kwaliteit van dienstverlening bewaakt en kan er schoon schip worden gemaakt met de regionale lappendeken aan uitvoeringsorganisaties van de wet.
De echte vraag: wie durft te kiezen?
De richting van de markt is duidelijk. De vraag is vooral hoe snel deze beweging doorzet en wie keuzes durft te maken: vasthouden aan het oude paradigma in de hoop dat het lang genoeg stand houdt, of actief sturen op een nieuwe werkelijkheid met alle gevolgen van dien. Daarbij geldt: wie niet kiest, wordt ingehaald door partijen die dit wel doen. In een Darwiniaanse fase is wachten zelden een voordeel.
Over de auteurs
Bas Laan is sectormanager Gezondheidszorg bij de Rabobank en richt zich onder meer op de ouderenzorg. Hij is een strategisch sparringpartner voor (zorg)ondernemers en nieuwe toetreders op de markt. Bas volgt de trends in de langdurige zorg op de voet en gelooft heilig in de slagkracht van het ondernemerschap om de zorg daadwerkelijk toekomstbestendig te maken. Hij begeleidt en adviseert aanbieders bij hun noodzakelijke transformatie.
Gérard Thaens beschikt over tientallen jaren ervaring als ondernemer, bestuurder en adviseur binnen de bouw-, vastgoed- en zorgsector. In zijn werk slaat hij bewust de brug tussen zakelijk succes en maatschappelijk rendement. Voor Thaens staat de menselijke maat centraal: vastgoed is voor hem pas geslaagd als het tastbare waarde en woongeluk oplevert voor bewoners, medewerkers én investeerders.