Samenleving Samenwerking Wonen en zorg

De Oosterse spiegel: hoe menselijke nabijheid de ouderenzorg van de toekomst bouwt

De Oosterse spiegel: hoe menselijke nabijheid de ouderenzorg van de toekomst bouwt

Nederland neemt wereldwijd een bijzondere positie in als het gaat om ouderenzorg. Binnen de kring van liberale democratieën hebben wij in de jaren zeventig en tachtig een uniek stelsel opgebouwd. Onze verlichte waarden – zelfontplooiing, autonomie en individuele rechten – vertaalden zich in een geïndividualiseerde verzorgingsstaat. Zorg voor onze ouderen veranderde van een traditionele, intergenerationele plicht in een individueel claimbaar, collectief gefinancierd recht.

Het resultaat is een uniek 'all-inclusive' model voor de langdurige zorg. Wonen, eten, drinken, basisverzorging en zware medische zorg: alles is in één collectief pakket geveegd. We dachten hiermee de ultieme vrijheid en waardigheid voor de ouder wordende mens te creëren. Maar decennia later zien we dat we precies het tegenovergestelde hebben bereikt.

Omdat de toegang tot publiek gefinancierde zorg gekoppeld is aan medische indicaties, is een diagnose cultuur ontstaan. Om überhaupt verzorgd te mogen worden, moet gewone ouderdom eerst tot ziekte worden verklaard. Dit medische korset tast de waardigheid van alle betrokkenen aan. De oudere wordt gereduceerd tot patiënt en raakt afhankelijk van een koud systeem. Naasten en kinderen worden door de protocollen gedegradeerd tot een ‘mantelzorg-functie’ binnen een professionele matrix. En de zorgprofessional verliest zijn roeping in een bedrijfsmodel waarin efficiëntie, minutenregistratie en schijnveiligheid via 24/7-sensoren de boventoon voeren.

In onze drang naar individuele onafhankelijkheid hebben we de fundamentele menselijke behoefte aan nabijheid en gemeenschap weg georganiseerd.

De demografische spiegel

Vergrijzing is echter geen exclusief westers fenomeen. Het raakt elke samenleving die economische groei doormaakt, ongeacht de politieke doctrine. Om de vastgelopen Nederlandse polder te doorbreken, helpt een blik op het verre oosten.

Neem China. Ook daar vergrijst de samenleving in een ongekend tempo, gepaard met toenemende welvaart en – jawel – individualisering. De traditionele, confuciaanse filiale piëteit (xiaò, de strikte plicht van het kind om de ouder te verzorgen) staat er stevig onder druk. Met miljoenen 'lege nesten' door migratie naar de steden, erkent ook Beijing inmiddels dat de familie het niet meer alleen aankan. De Chinese overheid stuurt sterk op het '90-7-3 principe' (90% thuiszorg, 7% in de gemeenschap, 3% institutioneel) en rolt noodgedwongen publieke langdurige-zorgverzekeringen uit.

Maar cruciaal is de culturele verschuiving die daar onder de oppervlakte plaatsvindt, en waar wij in Nederland van kunnen leren. China beweegt van een dwingend, hiërarchisch familisme naar wat sociologen 'neo-familisme' noemen. De verhoudingen worden wederkerig en meer geïndividualiseerd, maar de familie blijft de emotionele en regisserende kern.

Dit leidt tot een wezenlijk ander uitgangspunt voor de inrichting van toekomstige zorg. Het Chinese senior-living model van de toekomst baseert zich op één fundamentele gedachte: “De professionele zorg wordt zo ingezet, dat de kinderen weer zoon of dochter kunnen zijn.”

Vergelijk dat met Nederland, waar de professional de regie overneemt en het kind een onbetaalde verlenging van het zorgsysteem wordt.

Vrijheid vereist gemeenschapszin

Hier wringt voor ons de schoen. Betekent dit dat wij onze liberale verworvenheden overboord moeten gooien voor een knellende familieplicht? Integendeel. Het betekent dat we moeten inzien dat ware autonomie in de laatste levensfase niet bestaat bij de gratie van een staatsinfuus, maar bij de gratie van een ondersteunende gemeenschap. Een samenleving die zorg uitsluitend als een financiële transactie met de overheid ziet, is uiteindelijk onvrij en onmenselijk.

Om de regie en waardigheid terug te geven aan de oudere, de naaste én de zorgprofessional, moeten we het stelsel fundamenteel ontwarren. We moeten de grens tussen privaat en publiek herdefiniëren.

Wonen, eten, drinken en sociale ondersteuning horen niet in een medisch pakket, maar in het maatschappelijk domein. Oud worden is een voorspelbaar levensrisico. Dat dragen we in de basis zelf, samen met onze familie en de buurt – waarbij sterke schouders meer dragen om te zorgen dat niemand door het ijs zakt. Alleen de noodzakelijk áánvullende medische zorg blijft een collectief vangnet, gefinancierd via de Zorgverzekeringswet. Dit stopt de sluipende medicalisering. De patiënt kan weer gewoon oudere zijn. De familie krijgt de ruimte voor naastenliefde zonder bureaucratische bemoeienis. En de professional krijgt zijn vak terug.

Dat dit geen utopie is, bewijst bijvoorbeeld het project Community Care Dongen. Hier organiseren gemeente, verzekeraar, zorgkantoor en aanbieders al jaren de zorg sámen met mantelzorgers en de buurt. Het levert meer welzijn op, activeert de gemeenschap en is aantoonbaar doelmatiger. Maar het cynische is: het kostte bijna tien jaar om dit door de stroperige, nationale regelgeving heen te krijgen. Die traagheid is het ultieme bewijs van een falend systeem.

Het einde van het zorgpopulisme

Waarom veranderen we dan niet allang? Het antwoord is één woord: zorgpopulisme. De kosten voor langdurige zorg exploderen en naderen in hoog tempo de uitgaven van onze gehele curatieve zorg. Toch durft vrijwel geen enkele politicus de grootste kiezersgroep van het land (de ouderen van nu én morgen) te vertellen dat ons all-inclusive model financieel en sociaal failliet is. Men optimaliseert in de marge onder het mom van 'innovatie', gesteund door de gevestigde belangen van grote zorgorganisaties. Zorg blijft zo een speelbal van electorale angst.

De demografische realiteit dwingt ons nu tot een onvermijdelijke keuze. Laten we stoppen de vergrijzing te reduceren tot rekensommen over beddentekorten en personeelskrapte. De manier waarop een samenleving met haar ouderen omgaat, is de ultieme spiegel van haar waarden.

Laten we stoppen de overheid te vragen om liefde te organiseren. Laat de overheid zich richten op wat zij wél kan: het bouwen van voldoende geschikte woonvormen, het faciliteren van buurten en het garanderen van medische zorg. Dan kunnen wij de ruimte terugnemen om weer simpelweg buur, dochter of zoon te zijn.

 

Over de auteurs:  Dr. Freek Lapré is expert in zorginnovatie, partner bij Dementia Village Associates en als Executive Professor verbonden aan de TIAS School for Business and Society. Lapré is tevens gastdocent aan het MBA-programma Health Care van de Nanjing University in China. Gérard Thaens is ondernemer en adviseur gespecialiseerd in maatschappelijke uitdagingen op het snijvlak van wonen, zorg en vastgoed.


Redactie
01-11-2026