Sturen, stenen en toezicht: De kanorace van de zorg
Bijna alle toezichthouders groeiden veel harder dan de rest van de overheid zo meldde *Het Financieele Dagblad* op 5 september 2026. Zo zijn de NZa en de IGJ flink gegroeid. Waar het FD-artikel focust op de groei van externe overheidsinspecties, heeft de wetgever de druk op het interne toezicht (zoals de Raad van Toezicht of Raad van Commissarissen) binnen zorginstellingen via wetgeving fors opgevoerd. Het doet mij denken aan mijn tijd als management consultant bij Twynstra Gudde in de jaren ’90.
Met een viltstift bij het whiteboard tekende ik destijds regelmatig de metafoor van de Japanse kanorace. Dat verhaal is inmiddels een klassieker: het Nederlandse team verloor kansloos van de Japanners omdat er in de Nederlandse boot slechts één iemand zat te roeien, terwijl er acht mensen toezicht hielden. Het hield onze management- en bestuurscultuur een haarscherpe spiegel voor—en blijkt vandaag de dag actueler dan ooit.
Onze raden van toezicht, onze governancecodes en onze focus op maatschappelijke verantwoording zijn uniek in de wereld. Ze vormen het morele kompas zoals bij de langdurige zorg. Dat toezicht is onze waakhond.
De kruk op twee poten
Om die waakhond zijn werk te laten doen, moeten we wel kritisch kijken naar de structuur van onze toegelaten instellingen. Een gezonde governance in het bedrijfsleven (BV’s en NV’s) rust namelijk op een stabiele driepoot: het bestuur dat vaart maakt, het toezicht dat scherp meekijkt, en de aandeelhouder die met eigen geld in de wedstrijd zit en eist dat de organisatie koers houdt. Hiermee is het eigenaarschap goed verankerd en is sprake van een stabiele kruk.
Een groot deel van onze toegelaten zorginstellingen zijn stichtingen. Het geld is van 'iedereen' – en voelt dus van niemand. Zonder die kritische eigenaar die aan het stuurwiel trekt, kan de organisatie verworden tot een kruk op twee poten. Permanent wankel, constant op het punt van omvallen, omdat bestuur en toezicht elkaar in een risicomijdende, bureaucratische houdgreep houden in plaats van elkaar te versterken. En juist waar die kruk het hardst wiebelt, zien we het afgelopen decennium dat vastgoedpartijen onbedoeld als derde poot fungeren.
Van particulieren tot de Zuidas en de London City
Omdat zorgorganisaties zelf het vastgoed niet meer op de balans kunnen of willen hebben, is er een nieuw ecosysteem ontstaan rondom 'de stenen' van woonzorg-initiatieven. De financiering daarvan is verschoven naar externe partijen. Soms zijn dat sympathieke gelegenheid allianties van particulieren die hun vermogen steken in één specifiek woonzorggebouw in de buurt. Maar er zijn ook vastgoedbedrijven met tientallen miljarden in beheer. Deze partijen sluiten langjarige huurcontracten met onze zorginstellingen. En de uiteindelijke beslissers van dit kapitaal? Die bivakkeren niet aan het bed, maar in de glazen torens op de Amsterdamse Zuidas, Brussel of de London City. Deze bedrijven sturen op direct en indirect rendement van de stenen buiten de governance codes en het toezicht van de zorg. Ze zijn cruciaal als “poot” om te zorgen dat de kruk niet omvalt. Zeker in de ouderenzorg, waar het 'wonen' steeds uitdrukkelijker centraal staat, wordt die vastgoedbelegger steeds meer de partij die het eigenaarschap bewaakt. Want wie de stenen bezit in een sector waar 'wonen' de hoofdmoot wordt, bepaalt uiteindelijk de kaders. Die zware stenen onder de boot kunnen daarmee gaan voelen als een molensteen voor de zorg.
Laat de riemen niet uit handen slaan
Hier ontstaat de cruciale uitdaging én de kans. Als de zorgtarieven vanuit Den Haag knellen of er tijdelijk leegstand ontstaat, mogen we de vastgoedbelegger niet buiten de boot laten vallen als een passieve investeerder die alleen het rendement ophaalt. Juist op die moeilijke momenten moet de vastgoedpartij écht aan boord worden gehouden en de riemen mee pakken. Het vastgoed mag geen loodzware molensteen zijn die de kano onder water trekt, maar moet transformeren tot een actieve partner in de vaart. Als de tarieven knellen en de bezetting tegenvalt, zitten we immers in hetzelfde schuitje: alleen als de belegger meeroeit en flexibiliteit toont, houden we de zorg én de stenen op koers.
En dat is precies waar de kans én de transformatie van ons toezicht ligt. We moeten ons toezicht juist gaan inzetten als die ontbrekende derde poot gedreven door maatschappelijk eigenaarschap. Gebruik onze cultuur van governance niet om de roeier in de boot te vermoeien met nóg meer regels en gebruik het lange termijn denken van vastgoedpartijen om samen te zorgen voor een duurzame sector.
Dan gooit die Nederlandse kano de molensteen overboord en wint met gemak de race.
Regelmatig schrijf ik op Zorgvastgoed.nl columns over de spanning tussen zorg, vastgoed en de menselijke maat. Want de stenen staan er wel, maar de visie kan nog wel wat specie gebruiken.