Koppelbeding wonen en zorg is niet zonder risico's
In een recente rechtszaak stond een huurovereenkomst centraal die contractueel is gekoppeld aan zorgverlening.
De zorgaanbieder stelt dat het einde van de zorgrelatie meebrengt dat het gebruik van de woning moet eindigen; de huurder voert aan dat gebreken aan de woning en het uitblijven van afgesproken zorg aanleiding waren voor opschorting van betaling.
Volgens de zorgaanbieder is betrokkene op 1 april vorig jaar als cliënt ingestroomd. De zorgaanbieder heeft in de rechtbank verklaard dat de samenwerking in de eerste periode naar behoren verliep, maar dat na ongeveer twee maanden problemen ontstonden rond deelname aan de dagbesteding.
De zorgaanbieder verhuurt woningen in combinatie met zorg. Volgens de zorgaanbieder is op 1 augustus een woning aan betrokkene toegewezen, na herhaald verzoek van betrokkene. De zorgaanbieder stelt dat vanaf de start van de huur geen huurbetalingen zijn ontvangen.
Betrokkene voert aan dat de woning bij aanvang gebreken vertoonde, onder meer aan sanitaire voorzieningen en keuken, en dat daardoor het huurgenot werd beperkt. Hij stelt dat dit mede aanleiding was om betalingen op te schorten. Ook stelt hij dat hij maatregelen heeft genomen ten aanzien van de toegangsbeveiliging (slot vervangen). Of en in hoeverre gebreken zijn gemeld, hersteld en/of tot een recht op opschorting, huurprijsvermindering of verrekening leiden, is onderdeel van het geschil.
Stellingen over gedrag, veiligheid en incidenten
De zorgaanbieder heeft gesteld dat het gedrag van betrokkene leidde tot spanningen binnen de woon- en zorgomgeving en tot onrust in de omgeving. Daarnaast heeft de zorgaanbieder verklaard dat op 3 april een medewerker is bedreigd. Voor zover deze stellingen worden gebruikt ter onderbouwing van beëindiging van de zorgrelatie of beëindiging van het gebruik van de woning, zal de relevantie en onderbouwing daarvan onderdeel zijn van de beoordeling.
Over de dagbesteding verschillen partijen van mening. De zorgaanbieder stelt dat betrokkene niet verscheen, zich niet afmeldde en niet reageerde op begeleidingsverzoeken. Betrokkene betwist de inhoud en kwaliteit van de geboden dagbesteding.
Beëindiging van de zorgrelatie
De zorgaanbieder heeft verklaard dat de zorg is beëindigd drie weken nadat de woning was toegewezen. In de zitting is door de rechter opgemerkt dat dit een korte termijn is. De advocaat van betrokkene heeft aangevoerd dat beëindiging na drie weken disproportioneel is. In juridische zin hangt de beoordeling mede af van de contractuele grondslag voor beëindiging (bijvoorbeeld opzegging of ontbinding), de onderbouwing daarvan en de gevolgen voor de gekoppelde woonsituatie.
Partijen hebben hun geschil aan de rechtbank voorgelegd. De zorgaanbieder stelt dat, indien een cliënt de overeengekomen zorg niet (meer) afneemt, het gebruik van de gekoppelde woning moet eindigen. Juridisch draait dit om de vraag in hoeverre de huur en de zorg als samenhangende overeenkomsten zijn vormgegeven (contractuele afhankelijkheid) en welke rechtsgevolgen aan beëindiging of tekortkoming in één van beide rechtsverhoudingen mogen worden verbonden.
Tijdens de zitting is door de advocaat van betrokkene aangevoerd dat sprake was van een problematische start, omdat volgens hem niet direct een passende woning en een zorgplan beschikbaar waren. De zorgaanbieder heeft dit betwist en gesteld dat er wel een zorgplan was.
Huurachterstand, vordering en betalingsverweren
De zorgaanbieder stelt dat een huurachterstand is ontstaan van ruim 7.000 euro en vordert betaling. Betrokkene voert als verweer aan dat hij aanvankelijk betaling heeft opgeschort wegens gestelde gebreken aan de woning en later omdat hij meent te hebben betaald voor zorg die niet (volledig) is geleverd. De rechtbank zal daarbij moeten beoordelen of aan de voorwaarden voor opschorting en/of verrekening is voldaan en welke betekenis toekomt aan de afspraken over de koppeling tussen huur en zorg.
Partijen hebben aangegeven opnieuw met elkaar in gesprek te gaan om te onderzoeken of een alternatieve, passende woonvoorziening met bijbehorende passende zorg kan worden gevonden. Daarmee wordt ingezet op een minnelijke oplossing naast het lopende geschil.
Volgens de toelichting ter zitting zullen partijen dit in de komende weken bespreken. Indien geen oplossing wordt bereikt, kan de rechtbank alsnog uitspraak doen.
Conclusie
Een koppelbeding is juridisch en financieel risicovol wanneer één van beide prestaties (huurgenot van de woning of levering/afname van zorg) niet (meer) passend is of niet (meer) wordt nagekomen. Er kan discussie ontstaan over opzegging of ontbinding van (één van) de overeenkomsten en over de gevolgen daarvan voor het gebruik van de woning. Omdat het koppelbeding steeds vaker wordt toegepast in de ouderenzorg en gehandicaptenzorg, zal deze kwestie niet de eerste en zeker niet de laatste zijn.