Blogs

  • Marktonderzoek wonen en zorg Nederland 2040

    Trudy van Hoek 24-02-2021 27 keer bekeken 0 reacties
    Bericht Marktonderzoek wonen en zorg Nederland 2040 bekijken

    OOK IN KLEINE GEMEENTEN ONTSTAAT ER EEN GROOT TEKORT AAN GESCHIKTE OUDERENWONINGEN.

    Alle gemeenten in Nederland staan voor een grote opgave op het gebied van ouderenhuisvesting en ouderenzorg. Ouderen wonen in toenemende mate zelfstandig en een beperkt deel van de ouderen woont in een verpleeghuis waarin ze zware zorg ontvangen. HEVO heeft voor alle gemeenten in Nederland in kaart gebracht wat de zorgprognose is en wat de ontwikkeling is van het aantal ouderen. Ook in de kleinere gemeenten verdubbelt de zorgprognose tot 2040 en verdubbelt het aantal 80-plussers. Er ontstaat een groot tekort aan ouderenwoningen en verpleeghuiscapaciteit.

    VERDUBBELING LOKALE ZORGPROGNOSE EN BEHOEFTE AAN OUDERENWONINGEN

    De grote toename van het aantal ouderen, het tekort aan verpleeghuiscapaciteit, het tekort aan geschikte woningen en het tekort aan zorgpersoneel vraagt om aandacht. Er dienen concrete nieuwbouwplannen ontwikkeld en gerealiseerd te worden om het tekort aan kwalitatief passende ouderenwoningen en verpleeghuiscapaciteit op te lossen. In de kleinere gemeenten speelt bovendien ook een schaalproblematiek: de spreiding van inwoners en de dunbevolktheid zorgen voor een extra uitdaging om de zorg aan huis doelmatig te organiseren. Uit onderzoek van de brancheorganisatie voor zorgorganisaties (Actiz, 2020) blijkt dat de geplande uitbreiding van verpleeghuiscapaciteit bij lange na niet voldoende is. In 2025 zijn er 14.000 extra verpleeghuisplekken, terwijl er volgens TNO 30.000 nodig zijn.

    Meer ouderenwoningen met technologie in huis en slimme combinaties tussen professionele zorg en informele zorg thuis moeten volgens de brancheorganisatie een oplossing bieden. Daarnaast moet tevens de planvorming van de verpleeghuiscapaciteit worden versneld.

    LANGER THUIS OF IN EEN VERPLEEGHUIS WONEN?

    Het merendeel van de ouderen woont tot op zeer hoge leeftijd zelfstandig: dit geldt voor 92% van alle 75-plussers. Ouderen blijven vaker zelfstandig wonen. Redenen hiervoor zijn: het overheidsbeleid dat is gericht op het langer thuis blijven wonen, de zwaardere zorgindicatie-eis om toegang te krijgen tot langdurige zorg en de voorkeuren van ouderen zelf.
    Rabobank (2020) stelt in een recente publicatie dat er voor de komende 20 jaar een tekort is aan geschikte woonvormen voor ouderen van in totaal 250.000 woningen.

    HEVO ziet onderscheid in twee hoofd-woonvormen: enerzijds is er sprake van het wonen en krijgen van zware zorg in een verpleeghuis en anderzijds gaat het om woningen voor ouderen waarin zij comfortabel kunnen wonen en leven en die geschikt zijn voor het ontvangen van zorg indien dat nodig blijkt.

    Voor de 8% van de 75-plussers die niet thuis woont, zijn er verpleeghuizen in verschillende vormen. Er zijn verpleeghuizen waarbij de bewoners vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) zowel de zorg als het wonen vergoed krijgen en zij een eigen bijdrage betalen via het Centrum Indicatiestelling Zorg. Daarnaast zijn er verschillende vormen van woonzorgcomplexen waarbij de bewoner zelf een vergoeding betaalt voor onder andere het wonen en waarbij de zorg wordt vergoed vanuit de Wlz. Hierbij wordt de zorg vaak vergoed door middel van het Volledig Pakket Thuis of het Modulair Pakket Thuis. In deze woonzorgcomplexen ontvangen bewoners intensieve zorg. Verreweg de grootste groep ouderen woont thuis en wil ook graag zelfstandig blijven wonen. Voor deze groep ouderen neemt de lokale vraag naar geschikte woningen substantieel toe.

    REALISEER WONINGEN WAAR OUDEREN OM VRAGEN

    Ouderen hebben verschillende woonwensen. Het huidige lokale aanbod van woningen sluit hier nog niet voldoende bij aan. Er ontstaan langzaam verschillende woonvormen van geschikt wonen voor ouderen die bewust kiezen om te verhuizen om bijvoorbeeld bij elkaar te wonen met gelijkgestemden of juist dichter bij noodzakelijke voorzieningen zoals winkels en zorg.

    VERDUBBELING ZORGINDICATIES.

    We signaleren dat deze groep tot 2040 in verreweg de meeste gemeenten verdubbelt.

    CIJFERS NEDERLAND EN PER GEMEENTE

    HEVO heeft een prognosemodel ontwikkeld waarin onder meer de zorgprognose in beeld is gebracht, samen met onder meer de ontwikkeling van het aantal ouderen per leeftijdscategorie en de inkomensontwikkeling, rekening houdend met de huurliberalisatiegrens.
    De ontwikkeling van het aantal ouderen kan op verschillende manieren in beeld worden gebracht. De ontwikkeling in absolute groei van het aantal 80-plussers per gemeente is weergegeven in onderstaande kaarten van Nederland.

    Een groot deel hiervan zal willen wonen in een geschikte woning in zijn of haar vertrouwde omgeving. We hebben de ontwikkeling van de zorgvraag tot 2050 geprognosticeerd en weergegeven in onderstaande grafiek.
    Op gemeentelijk niveau is de zorgprognose voor de komende decennia inzichtelijk gemaakt.
    De cijfers laten onder meer een verdubbeling zien van het aantal ouderen op lokaal niveau en een toename in de komende 30 jaar van 1 miljoen ouderen met de indicatie zware zorg.

    HET AANTAL ZORGINDICATIES NEEMT DE KOMENDE 30 JAAR TOE MET 1 MILJOEN OUDEREN.

    Op gemeentelijk niveau laten deze ontwikkelingen een vergelijkbare toename zien. De absolute behoefte aan geschikte woningen is in de grote steden het grootst. Buiten de grote(re) steden laten de cijfers het volgende beeld zien:

    Gemeenten, woningcorporaties, beleggers en zorginstellingen hebben een belangrijke rol bij het realiseren van een passende woningvoorraad. Uit onze data blijkt dat er lokaal een grote behoefte is aan geschikte woningen voor ouderen die comfortabel willen wonen waarbij ze zo prettig mogelijk kunnen leven. Ook is er grote behoefte aan extra verpleeghuiscapaciteit om aan te sluiten bij de zorgprognose. We helpen gemeenten graag bij het opstellen van een geschikt woonbeleid en bij de ontwikkeling van een lokale woonzorgvisie. We helpen woningcorporaties, beleggers en zorginstellingen bij het voorbereiden en ontwikkelen van geschikt vastgoed.

    De opgave is groot en we zien dat er nu actie moet worden ondernomen. Buiten de grote gemeenten is de opgave in de kleinere gemeenten ook fors in aantallen. Naast de kwantitatieve opgave speelt in de kleinere gemeenten, wellicht nog meer dan in de grote steden en de G40, een kwalitatieve opgave. De woon- en leefomgeving sluit niet altijd goed aan bij de woonwensen van ouderen die in toenemende mate zelfstandig wonen. In dunbevolkte gemeenten dan wel gemeenten die veel spreiding kennen is niet altijd voldoende draagvlak voor noodzakelijke en wenselijke voorzieningen zoals toegang tot zorg. Het is ook een extra uitdaging de zorg aan huis doelmatig te organiseren.

    De ontwikkelingen in twee gemiddelde gemeenten qua inwonersaantal (buiten de vier grote steden en de G40) zijn hieronder weergegeven voor een gemeente in Friesland en een gemeente in de provincie Utrecht.

    CONCLUSIE

    De urgentie om geschikte woningen en verpleeghuizen voor ouderen te realiseren is hoog. De cijfers laten zien dat het aantal ouderen tot 2040 ook in kleine gemeenten meer dan verdubbelt. De zorgindicatieprognose laat zien dat de komende 30 jaar een toename van 1 miljoen zware zorgindicaties wordt verwacht.

    HEVO PLEIT VOOR GESCHIKTE WONINGEN IN GEBIEDEN MET EEN VERHOOGD VOORZIENINGENNIVEAU, JUIST OOK IN KLEINERE GEMEENTEN.

    Om geschikte woongebieden voor ouderen te creëren, pleiten we voor het ontwikkelen van geschikte woningen in gebieden met een verhoogd voorzieningenniveau, juist ook in de kleinere gemeenten. Uit het door HEVO uitgevoerde onderzoek blijkt dat ook in de kleinere gemeenten een grote behoefte is aan geschikte woningen en zorgvastgoed. De vorming van woonservicegebieden kan hieraan bijdragen. Een woonservicezone heeft allerlei soorten woningen, met en zonder aanpassingen, voor jong en oud.

    Naast voldoende aanpasbare (levensloopbestendige) en/of aangepaste woningen is er ook (woon)ondersteuning en zijn er diverse welzijns- en zorgdiensten voor bewoners. Het realiseren van geschikte woningen en zorgvastgoed in dorpen en wijken met voldoende voorzieningen draagt bij aan het langer zelfstandig kunnen wonen. Het realiseren van geschikte woningen en meer zorgvastgoed is noodzakelijk, ook in kleinere gemeenten, om tegemoet te komen aan de verwachte verdubbeling van de 80-plussers en aan de groei van 1 miljoen meer zorgindicaties.

    Download hier het marktonderzoek in pdf-formaat.

    Download

    OOK INTERESSANT

    Duurzaam zorgvastgoedstrategisch vastgoedplanportefeuillescan en transformatie zorgvastgoed via een slim stappenplan.

  • Nieuwbouw Hoge Woerd in Utrecht: bijzonder duurzaam in elke denkbare vorm

    Trudy van Hoek 24-02-2021 4 keer bekeken 0 reacties
    Bericht Nieuwbouw Hoge Woerd in Utrecht: bijzonder duurzaam in elke denkbare vorm bekijken

    Van circulair beton tot het terugwinnen van warmte uit douchewater, van cradle-2-cradle tegels tot het leveren van bouwmaterialen met elektrische bakfietsen: bij de ontwikkeling en realisatie van woonzorgcentrum Hoge Woerd is vrijwel geen enkele mogelijkheid om duurzaam en circulair te bouwen onbenut gelaten.

    HEVO realiseert in Utrecht een uniek woonzorgcentrum. In het project Hoge Woerd realiseert HEVO 25 woningen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, die hier begeleid gaan wonen. Het complex zal straks 1.400 m² bvo groot zijn en omvat drie woonlagen. Dit in het oog springende project komt tot stand door een bijzondere samenwerking tussen HEVO, de gemeente Utrecht, woningcorporatie GroenWest en Zorginstelling Reinaerde, die na oplevering de eerste gebruiker zal zijn.

    De gemeente schreef een tender uit voor dit perceel, waarbij duurzaamheid en circulariteit belangrijke gunningscriteria waren. HEVO speelde daarop in door al vroeg in het proces haar expertise op het gebied van duurzaamheid en circulariteit én die van de procespartners in te zetten. Na het winnen van de tender zijn partijen ingeschakeld die de beste circulaire en duurzame oplossingen konden inbrengen. Nadat de opdracht aan HEVO was gegund is een grondovereenkomst met de gemeente en een turnkey-overeenkomst met GroenWest gesloten.

    ALS JE JE FANTASIE DE VRIJE LOOP LAAT, KOM JE MET DE MOOISTE OPLOSSINGEN VOOR EEN OPTIMAAL DUURZAAM GEBOUW. EN IK HEB GEZIEN DAT ALS JE ECHT INZET OP DUURZAAMHEID, ER ONVERWACHTE MOOIE TOEPASSINGEN MOGELIJK ZIJN!

    — FRANCIS PELDERS, SENIOR PROJECTMANAGER BIJ HEVO

    HET BOUWPROCES

    Al tijdens het bouwproces is er veel aandacht voor duurzaamheid en CO2-reductie. Voor de leverancier van stroom is gekozen voor volledig CO2-neutrale stroom van Eneco HollandseWind. Besloten is om 50% online te vergaderen om CO2-uitstoot te verminderen. Ook bij de keuze voor de uitvoerende partijen is streng gelet op CO2-besparing. Het personeel van de aannemer en van de uitvoerende partijen komt uit de regio en dus zoveel mogelijk op de fiets naar de bouwplaats. Ook bij de aanvoer van materialen is er aandacht voor duurzaamheid. Leveranciers clusteren hun leveringen, waardoor er maar twee leveringen per week nodig zijn, in plaats van dagelijkse leveringen. En Stiho en Isero leveren hun materialen per elektrische bakfiets of elektrische bestelwagen.

    DOOR HET GEBRUIK VAN VEEL CIRCULAIRE MATERIALEN MAKEN WE MET HET PROJECT HOGE WOERD EEN GROTE IMPACT. HET MOOIE IS DAT HET GEEN INVLOED HEEFT OP DE UITVOERING, DAT GAAT ALS VANOUDS.

    — FRANCIS PELDERS, SENIOR PROJECTMANAGER BIJ HEVO

    URBAN MINING EN CRADLE-2-CRADLE

    De materiaalkeuze is ook van grote invloed op de mate van duurzaamheid. Zo is gekozen voor beton dat circulair geproduceerd wordt. New Horizon levert, samen met Rutte Beton, het circulair beton dat voor een zo groot mogelijk deel gemaakt wordt met herwonnen beton, uit sloop van panden (urban mining). Daarmee realiseert HEVO een enorme CO2-reductie van 18 ton! Daarnaast is de keuze gemaakt voor cradle-2-cradle wand- en vloertegels van Mosa en hergebruikte plafondplaten. Buiten zullen secundaire (gebruikte) tegels toegepast worden voor de terrassen.

    IMPACT MAKEN MET CIRCULAIRE GRONDSTOFFEN, DAT MAAKT HOGE WOERD EEN BIJZONDER PROJECT. ONS CIRCULAIR BETON IS HIER LETTERLIJK HET FUNDAMENT VOOR EEN PRACHTIG DUURZAAM GEBOUW.

    — BOAZ WASSER, NEW HORIZON

    EEN DUURZAAM, TOEKOMSTGERICHT GEBOUW

    Ook bij het ontwerp van het gebouw is in de volle breedte rekening gehouden met duurzaamheid. Het gebouw kan eenvoudig van functie veranderen, door toepassing van flexibele wanden. Het gebouw is energieneutraal en gasvrij door het slim gebruiken van zonnepanelen en warmtepompen. Ook is bij het ontwerp al rekening gehouden met het hergebruik na de levensduur van het gebouw. Alle materialen en elementen zijn zoveel mogelijk losgekoppeld, zodat ze opnieuw gebruikt kunnen worden. Door doordachte plaatsing van de natte ruimten zijn zo weinig mogelijk leidingen in beton gegoten. Een vooruitziende blik! 

    ECOLOGISCH EN MAATSCHAPPELIJK DUURZAAM

    De toekomstige bewoners zullen een gastvrije plek vinden in Hoge Woerd. Al voor aanvang van het project heeft HEVO contact gezocht met omliggende bedrijven en gekeken naar de inzetbaarheid van de bewoners bij de buren. Zo zijn de Bouwloods, een werkplaats voor mensen met een achterstand tot de arbeidsmarkt, en brouwerij Maximus benaderd. Door het weglaten van een omheining wordt letterlijk een drempel weggenomen en worden bewoners extra gestimuleerd om te participeren in de buurt.

    Naast het gebouw is bij de ontwikkeling van Hoge Woerd ook naar de omgeving gekeken. Op het perceel wordt bijvoorbeeld zoveel mogelijk hemelwater opgevangen en in de bodem geïnfiltreerd. Waar het kan, wordt gebruik gemaakt van halfverharding om de kavel zo groen mogelijk te houden. Het gebouw draagt ook bij aan de biodiversiteit door het plaatsen van een bijenhotel en nestkasten voor gierzwaluwen. De geplande groenvoorzieningen zorgen voor een gastvrije kavel voor insecten en vogels.

    Meer project informatie over woonzorgcentrum Hoge Woerd Utrecht.

  • Zorg en wonen in het bestemmingsplan

    Robert Rijpstra 21-01-2021 54 keer bekeken 0 reacties
    Bericht Zorg en wonen in het bestemmingsplan bekijken

    De planregels en de op de plankaart vermelde bestemming zijn beslissend voor het antwoord op de vraag of er sprake is van strijd met het bestemmingsplan. Een planregel moet letterlijk worden uitgelegd omwille van de rechtszekerheid. Bij het ontbreken van een definitie van een bepaling in de planregels kan aansluiting worden gezocht bij de definities van het begrip in andere wet- en regelgeving, dan wel het normale spraakgebruik. Bij het bepalen van het normale spraakgebruik zoekt de Raad van State aansluiting bij het Van Dale Groot Woordenboek van de Nederlandse taal. Deze systematiek kan in de praktijk tot uiteenlopende uitkomsten leiden onder meer bij woonvormen waarbij sprake is van een combinatie van wonen en zorg.

    Zaak Meesterwerk
    In een zaak die recent speelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) verhuurt zorginstelling Meesterwerk uit Zwolle acht zelfstandige wooneenheden aan cliënten met een begeleidingsvraag. In de huurovereenkomsten van Meesterwerk met de bewoners een koppeling is gemaakt tussen zorg en huur, waardoor de wooneenheden uitsluitend mogen worden gebruikt als woonruimte voor cliënten die begeleiding behoeven en daarvoor geïndiceerd zijn. De geboden begeleiding betreft ambulante begeleiding voor gemiddeld 10 uur per week. Daarnaast bezoekt een medewerker van Meesterwerk het pand wekelijks om te controleren hoe het gesteld was met de woonsituatie van de bewoners, waarbij bijvoorbeeld wordt gekeken of de bewoners voldoende boodschappen in huis hadden. Meesterwerk is gedurende 24 uur per dag bereikbaar om cliënten te helpen.

    Zorgwoning of zelfstandige bewoning?
    Op de gronden waarop de wooneenheden zijn gesitueerd in de binnenstad van Deventer. Hierop rust de bestemming “Wonen”. De doeleindenomschrijving bij deze bestemming maakt duidelijk waarvoor deze gronden (onder andere) gebruikt mogen worden: voor woningen en voor zorgwoningen indien daar een omgevingsvergunning afwijken voor is verleend. Meesterwerk en het college van burgemeester en wethouders verschillen van mening over de kwalificatie van de wooneenheden. Is er sprake van ‘gewone’ woningen of van zorgwoningen? Onder woning wordt verstaan:

     “een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van personen.”

    Het begrip zorgwoning is in de planregels eveneens gedefinieerd en luidt:

     “een woning voor de huisvestiging van bepaalde categorieën van de bevolking, zoals ouderen, jongeren, of  mensen met een beperking, waarbij de mate en de vorm van de geboden zorg en ondersteuning aan de bewoners dusdanig is dat niet langer gesproken kan worden van zelfstandige bewoning, maar die gezien de maatschappelijke ontwikkelingen en hun geringe ruimtelijke impact wel aanvaardbaar zijn in de woonomgeving”

    Is de mate en de vorm van de geboden zorg en ondersteuning door Meesterwerk dusdanig dat niet langer gesproken kan worden van zelfstandige bewoning? De ABRvS beantwoordt deze vraag bevestigend, gelet op het feit dat de bewoners een indicatie op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) hadden, uit de huurovereenkomsten blijkt dat sprake was van een koppeling tussen zorg en huur, de begeleiding ook was gericht op het controleren van de woonsituatie en dat Meesterwerk 24 uur per dag bereikbaar was.

    Het is op z’n zachtst gezegd opvallend dat de ABRvS mede in overweging neemt dat de bewoners een indicatie op grond van de Wlz hadden en er een koppeling is tussen zorg en huur om tot het oordeel te komen dat niet langer gesproken kan worden van zelfstandige bewoning. In eerdere uitspraken is juist geoordeeld dat hierdoor het karakter van de woonfunctie niet wordt ontnomen (vgl. ABRvS 15 oktober 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3705, ABRvS 14 november 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY3083 en ABRvS 12 oktober 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BT7418).

    Nagenoeg zelfstandige bewoning
    Het is vaste rechtspraak van de Afdeling dat ook minder traditionele woonvormen zich verdragen met een woonbestemming, indien daarbij sprake is van nagenoeg zelfstandige bewoning. Uit de jurisprudentie blijkt dat onder andere de volgende omstandigheden kunnen bijdragen aan dit oordeel:

    • Er is geen sprake van permanente begeleiding (24-uurs) en/of therapeutische behandelingen (ABRvS 5 maart 2014, ECLI:NL:RVS:2014:736 en ABRvS 29 november 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AZ3261);
    • Er is geen gemeenschappelijke ruimte waarin professionele dagbesteding plaatsvindt (vgl. ABRvS 15 oktober 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3705);
    • De woonfunctie is het hoofddoel van de bewoning, en niet de zorg/begeleiding (vgl. ABRvS 6 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:8);
    • De begeleiding is er niet op gericht om de bewoners te leren zelfstandig te wonen (ABRvS 13 augustus 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BD9982).

    De Afdeling bestuursrechtspraak kwam in een uitspraak van 12 oktober 2011 tot het oordeel dat er sprake is van nagenoeg zelfstandige bewoning en dat de relatie met de zorg te gering en te vrijblijvend is om aan het wonen het zelfstandige karakter te ontnemen. In die zaak kregen de bewoners 4 tot 6 uur per week individuele ondersteuning, waarvan een deel buiten de woning. In het pand vindt geen 24-uurs begeleiding plaats maar de bewoners kunnen wel contact opnemen met de begeleiders. Bovendien is er in de huurovereenkomst een koppeling gemaakt tussen zorg en huur. Deze omstandigheden lijken veel op de omstandigheden in de zaak van Meesterwerk.

    Wat maakt deze zaak anders?
    Waarom oordeelt de Afdeling in de zaak van Meesterwerk dan toch dat er geen sprake is van zelfstandige bewoning? Voornoemde vaste rechtspraak van de ABRvS - dat ook minder traditionele woonvormen zich verdragen met een woonbestemming indien daarbij sprake is van nagenoeg zelfstandige bewoning - is hier niet van toepassing. Anders dan in die rechtspraak is in de zaak van Meesterwerk in het bestemmingsplan expliciet een onderscheid gemaakt tussen een “woning” en een “zorgwoning”. Beide termen zijn gedefinieerd in de planregels. Om die reden is de inhoud van de definitie van een zorgwoning bepalend voor beantwoording van de vraag of een bepaald gebruik kan worden geduid als zorgwoning. Nu bovendien het woord “nagenoeg” in de definitie in de planregels ontbreekt mag er niet worden getoetst aan het criterium “nagenoeg zelfstandige bewoning”. Uit de planregels volgt vervolgens dat moet worden bekeken of de mate en de vorm van de door Meesterwerk geboden zorg en ondersteuning aan de bewoners dusdanig is dat niet langer gesproken kan worden van “zelfstandige bewoning”. Dat is iets anders dan “nagenoeg zelfstandige bewoning”.

    Wat betekent de uitspraak voor gemeenten en zorginstellingen?
    Als u planwetgever bent dan dient u goed na te denken over de gevolgen van het al dan niet opnemen van het woord “nagenoeg” in een definitie van zelfstandig wonen. Neemt u dit niet op, dan sluit u ook minder traditionele woonvormen uit van zelfstandige bewoning. Dat zal niet altijd de bedoeling zijn.

    Als u een zorginstelling bent die (bijvoorbeeld) scheiden van wonen en zorg toepast, dan dient u alert te zijn of de planregels van het vastgoed dat u in eigendom heeft of huurt een minder traditionele woonvorm met een (beperkte) zorgcomponent wel toestaat. Bij bestaand vastgoed zou u het vigerende bestemmingsplan kunnen controleren. Bij nieuw te ontwikkelen vastgoed of nieuwe bestemmingsplannen dient u een zienswijze in te dienen als het plan voorziet in een definitie die uw woonvorm niet dekt.

    Heeft u vragen over zorg en wonen in bestemmingsplannen of omgevingsvergunningen? Neem contact op met Robert Rijpstra (specialist Wonen en Zorg) of Jasper Molenaar (specialist Omgevingsrecht).

     

Stichting Zorgvastgoed.nl  postadres Van Boshuizenstraat 12, 1083 BA Amsterdam  T 020-2101450  E info@zorgvastgoed.nl 

management en bestuur         privacy statement

Cookie-instellingen